Ik verblijf nu al meer dan een jaar in het fasehuis Eugeria. In dit huis verblijven mensen die vanwege psychiatrische problemen beperkingen ervaren. Het is een opstapje voor je terug naar huis kunt of zelfstandig gaat wonen. Steeds vaker krijg ik de vraag ‘Hoe gaat het?’ of ‘Wanneer ga je weer naar huis?’. Vaak zeg ik dan dat het al een heel stuk beter gaat, maar in enkele gevallen laat ik mijn ware gezicht zien en geef ik toe dat het nog helemaal niet zo goed gaat.

 

Wat herstel voor mij betekent

Ik heb een psychische aandoening; een schizoaffectieve stoornis. “Tri-polair” noemde mijn zus het ooit en dat is precies wat het is. Psychotisch-manisch en depressief. Deze toestanden wisselen elkaar af. Het feit dat ik dit heb, betekent dat ik daar altijd kwetsbaar voor zal blijven. Bij veel stress of heftige gebeurtenissen kan het weer de kop opsteken.

Ik ben nooit anders geweest. Ik heb het altijd bij me gedragen, maar in mijn pubertijd heeft het zich voor het eerst geuit. Ik wist dat ik “ongelukkig” was, maar niet wat ik daadwerkelijk had. Daarna bleef het een heel aantal jaren rustig, totdat ik weer twee heftige gebeurtenissen meemaakte. In mijn autobiografie ga ik hier uitgebreid op in.

Herstel betekent voor mij het leren omgaan met mijn diagnose en ermee leren leven. Het zal altijd bij me blijven en waarschijnlijk ook af en toe weer opspelen. Het is dan de kunst zo min mogelijk uit het lood geslagen te worden en snel de draad weer op te pakken. En weer even op de rem te trappen. Want ik ga ervan uit dat het komt doordat ik weer eens te hard van stapel ben gelopen en teveel hooi op mijn vork heb genomen. “Nee” zeggen blijft een uitdaging. Mijn draaglast moet beperkt blijven, want mijn draagkracht is ook beperkt. Hoewel ik wel de hoop heb dat deze in de toekomst nog wat groter wordt.

 

Wat een typische dag is

Een typische dag ziet er als volgt uit: ik sta meestal vroeg op. Dan haal ik mijn medicatie op bij de verpleging en daarna pak ik een kopje koffie. Dit drink ik gezamenlijk op met mijn medebewoners van Eugeria.

Als ik een zware nacht heb gehad, dan kruip ik nog even terug mijn bed in en slaap ik tot ongeveer tien uur. Daarna drinken we weer samen koffie in de woonkamer. Meestal met vijf tot tien man. De verpleging schuift daar vaak ook bij aan. Zo starten we samen de dag.

Daarna is er ruimte voor gezamenlijke creativiteit. Ik werk meestal aan mijn diamond painting. Een kunstwerk van 60 bij 60 centimeter waar veel werkuren in gaan zitten. Steentjes op nummertjes leggen. Momenteel maak ik een grote gekleurde mandala; een geometrisch patroon. Het is misschien geen hersenkraker, maar wel een fijne bezigheid.

Na de lunch doe ik een middagdutje, nadat ik mijn medicatie heb ingenomen. Binnenkort krijg ik mijn medicatie in eigen beheer. Dat betekent dat ik het zelf kan managen: op tijd innemen en de juiste pillen en hoeveelheden. Maanden lang heb ik mijn medicatie bij de verpleging moeten ophalen en stond ik met nog een aantal anderen vier keer per dag in de wachtrij.

De rest van de middag heb ik therapie, spreek ik af met een vriendin of ga ik even wandelen. En ik haal mijn eigen boodschappen. Ik kook voor mezelf, al vind ik dat wel lastig. Het vergt discipline om elke dag voor jezelf te koken. Op woensdagen eten we met de kookgroep, bestaande uit zes tot acht personen.

Om half acht in de avond is er weer koffie. Na het nemen van hun medicatie gaan velen naar bed, meestal al rond negen uur. Ik ben op dat tijdstip vaak ook erg moe en ga dus ook slapen. Meestal lig ik nog een tijdje wakker in bed en luister ik naar het luidruchtige luchtventilatiesysteem. Ik voel mijn trillende handen als gevolg van de medicatie; een bijwerking. De nachten zijn vaak onrustig. Ik heb last van dromen en nachtmerries, waarvoor ik recent traumatherapie heb gehad.

 

Hoe ik omga met een terugval

Stapje voor stapje gaat het beter met me, maar soms doe ik weer een stapje terug in mijn herstel. Een paar maanden geleden is mijn vader overleden. Ik heb lang van deze heftige en emotionele dagen bij moeten komen. ‘Je moet de tijd nemen voor dat soort gebeurtenissen,’ zei een jeugdvriendin tegen me en dat is ook zo. Zij is ook haar vader verloren en kende mijn vader ook goed. Ik ben er destijds te makkelijk overheen gestapt, door gelijk weer door te gaan en er niet bij stil te staan, in plaats van te accepteren dat het wat verwerkingstijd nodig had. Het was een intense beleving.

Ik mis mijn vader. Hij was zo’n lieve man en was altijd blij om ons te zien. Vooral de kleinkinderen, die hij vaak zo miste. Hij had ze liever bij hem in de buurt gehad, maar daarvoor woonden we te ver uit elkaar. Ik kon altijd goed met hem opschieten. Een praatje over van alles en nog wat. Met veel grappen en grollen was het altijd erg gezellig.

Enfin, ik moet dus de tijd nemen en accepteren dat ik vermoeider ben en sneller overprikkeld raak. Al moet ik zeggen dat ik deze laatste een rottige term vind; overprikkeld… Het is veel erger dan dat. Het is niet te omschrijven. In mijn hoofd ontstaat kortsluiting. Ik ga een grens over, waardoor mijn hoofd “nee” zegt. Het zelfs even niet meer doet. Ik kan dan niet meer nadenken, zie zelfs wazig en kan niet meer lopen. Dat allemaal totdat ik rust neem, want slapen helpt.

 

Wat mij hoop geeft

Ik weet wat het is om ernstig depressief te zijn, maar na mijn Elektro Convulsie Therapie in 2018 is mijn depressie verdreven. Ik heb dus geen depressie meer en sta elke dag op met een lach en zin in de dag, zelfs al is mijn vooruitzicht simpelweg schrijven of diamond painting. Dat is zoveel waard, maar dat snap je pas als je het zelf hebt meegemaakt.

En als ik mijn kinderen zie, dan ben ik helemaal blij en gelukkig. Het liefst zou ik weer bij ze in huis wonen, om te zien hoe ze hun leven leven. Eric staat ze dag en nacht bij. We lachen er vaak om als hij een van de twee weer eens moet wegbrengen of ophalen: ‘Taxibedrijf van Balen’.

 

Maar goed, ik moet dus nog een tijdje aan mezelf werken en zit hier niet voor mijn zweetvoeten, zoals mijn psychiater ooit zei. Ook al denken sommige mensen dat wel. Mijn jeugdvriendin zei heel raak, toen bij ons afscheid de tranen over mijn wangen rolden: ‘Misschien is dit het dan gewoon even. Status-quo.’